De wereld van Sofie

De wereld van Sofie
Roman over de geschiedenis van de filosofie
Jostein Gaarder

Bladzijde 548/548

Wat ik er tot nu toe van vind
Ik ben al een tijd geleden aan dit boek begonnen, maar op een een of andere manier begon ik steeds weer andere dingen te lezen. Misschien dat de dikte van het boek me afschrikt, want het verhaal  is namelijk niet heel ingewikkeld geschreven.
Het gaat over een meisje Sofie dat steeds vreemde brieven krijgt van een man die claimt dat hij haar filosofie leraar is. Gaandeweg leert ze steeds meer over filosofie, maar ook over de man die de brieven schrijft.
Ik vind het tot nu toe een erg leerzaam boek met een mooie duidelijke verhaallijn. De filosoof neemt Sofie mee van de oudheid naar de huidige tijd, wat duidelijk aangeeft wat de mensen van die tijden voor gedachten hadden en hoe ze tot die gedachten kwamen.

Ik vind het mooi om weer duidelijk te zien dat mensen niet altijd dezelfde gedachtes en cultuur hadden zoals de onze, dat onze huidige cultuur dus niet vanzelfsprekend en waarschijnlijk niet onveranderd zal blijven. Dat is aan de ene kant geruststellend maar aan de andere kant wil ik ook graag weten welke kant het dan op gaat.

Passages die mijn interesse wekken.
Ik ben al in het midden van het boek bezig dus de eerste hoofdstukken zal ik hier niet meer in verwerken. Ik wil ook zeker de indruk niet wekken dat wat ik van de passages vind en denk dat dit verantwoord is, dit zijn mijn eigen associaties met de tekst die ik lees en kunnen dus ver van de bedoeling van de tekst zijn.

Bladzijde 232: . Dit is iets wat nog steeds veel terug komt, in eerdere boeken en lezingen heb ik dit vaker gehoord. Dit lijkt me ook het begin van de individu. Het niet meer dienen van god, het niet meer hebben van een voorbestemd leven, maar je eigen leven moeten inrichten. Hoe vaker ik dit stukje lees hoe moeilijker ik dit vind, dit is iets wat ik toch beter moet uitzoeken.

“Sinds de renaissance heeft de mens moeten wennen aan het idee dat hij een willekeurig leven op een willekeurige planeet in het enorme heelal leidt. Ik vraag me af of we daar al  helemaal aan gewend zijn. Maar sinds diezelfde renaissance waren er ook mensen die erop wezen dat ieder afzonderlijk mens daardoor een nog meer centrale positie innam dan ooit tevoren. Vroeger was de aarde het middelpunt van de wereld. Maar toen de astronomen erop wezen dat het universum geen absoluut middelpunt heeft, ontstonden er net zoveel middelpunten als er mensen zijn.”

Bladzijde 257: Descartes was de eerste filosoof die in de renaissance opnieuw begon met over alles te filosoferen, en geen gebruik maakte van andere filosofen. Hij stelde daarom eerst alles in twijfel en begon daarna zelf over de filosofische vragen na te denken.

Wat mij in dit stuk tekst onderaan aantrekt is de gedachte hoe je zou kunnen filosoferen. Het deed me wat denken aan hoe we een scriptie moeten schrijven, met eerst een hoofdvraag, deelvragen en daarna het onderzoek.

“een samengesteld probleem eerst in zoveel mogelijk afzonderlijke delen opsplitsen. Dat stelt ons in staat op met de allereenvoudigste gedachten te beginnen. Je zou kunnen zeggen dat iedere gedachte gewogen en gemeten moet worden.. Descartes dacht dat de filosoof van het eenvoudige naar het samengestelde kon gaan. Zo zou het mogelijk zijn om een nieuw inzicht op te bouwen, Uit eindelijk moest men dan door steeds maar weer te rekenen en te controleren zich ervan verzekeren dat er niets was vergeten.”

Bladzijde 265: Deze zin vind ik heel erg mooi. Dit inspireerde me ook weer voor nieuwe berichten. Als ik iets niet weet kan ik dit als vraag bij de categorie ‘geïnspireerd’ zetten. Daarna kan ik mijn eigen vraag beantwoorden met de informatie die ik kan vinden of bedenken. Dit zullen wel niet de meest filosofische vragen zijn..

“Iets niet weten is gewoonlijk een stadium op weg naar nieuwe kennis.”

Bladzijde 275: Spinoza stelt dat iedereen onderdeel is van de natuur (God) en dat we daarom geen echte vrije wil hebben (want we zijn allemaal onderdeel van de natuur). Dit is niet meer wat we in de huidige tijd geloven maar wat hij zegt, daar zit wel een kern van waarheid in.

“Alleen als we onze aangeboren mogelijkheden vrij kunnen ontplooien, leven we als vrije mensen.”

Dit is waarvan ik vermoed dat we in Nederland gecreëerd hebben. Alle mogelijkheden die we als mens hebben, om deze te kunnen ontplooien. Zijn we ook niet op zoek naar ons eigen kunnen? Vanaf de basisschool worden we al getoetst en op latere leeftijd proberen de meeste mensen toch ook hun grenzen te verleggen? In dat opzicht zijn we vrije mensen. Alleen geeft het bij mensen ook de druk om de grenzen op te zoeken, en is dat erg?

Op de bladzijde daaropvolgend stelt Spinoza iets wat nog veel recenter is:

“Spinoza vond dat de menselijke hartstochten – zoals eerzucht en begeerte – ons verhinderen om het ware geluk en de echte harmonie te vinden.. ..We kunnen een punt bereiken, waarop we loepzuiver ervaren dat alles met elkaar samenhangt, ja, dat alles een is. Je moet als het ware alles wat bestaat in een totale blik omvatten. Pas dan kun je het hoogste geluk en de grootste gemoedsrust bereiken. Volgens Spinoza zie je dan alles “Sub specie aeternitatis”. Alles zien vanuit het perspectief van de eeuwigheid.”

Omdat onze wereld nu erg op de individu en hebzucht is gericht vind ik dit een mooie passage. Wat veel mensen ook proberen te zoeken, geluk, harmonie, stilte, in de natuur stelt Spinoza hier ook, alles hangt samen met elkaar. We zien dat hoe wij met de natuur om gaan ons uiteindelijk (door natuurrampen) het leven zal kosten. Voor mijn gevoel zijn mensen die met de natuur leven ook daadwerkelijk gelukkiger en harmonieus. Of dit echt waar is weet ik natuurlijk niet.

Pagina 295

Het gevoel dat je een onveranderlijke persoonlijkheidskern bezit, is dus een valse voorstelling. Jouw Ik-voorstelling is in werkelijkheid een lange keten van enkelvoudige indrukken die je nooit op een en hetzelfde moment hebt opgedaan. Het is niets anders dan een bundeling of een verzameling van verschillende gewaarwordingen, die elkaar met onbegrijpelijke snelheid opvolgen en zich in een voortdurend veranderende stroom bevinden, aldus Hume. Hij vergelijkt het bewustzijn met een soort theater waarin de verschillende opvattingen om de beurt opkomen, verdwijnen, weer terugkomen, wegglijden en zich in een oneindig veelvoud van posities en situaties vermengen. Humes punt is dat wij onder of achter de opvattingen en gemoedsstemmingen die komen en gaan, geen achterliggende persoonlijkheid hebben. Het is als de beelden op het witte doek: omdat ze elkaar zo snel opvolgen, zien we niet dat de film uit afzonderlijke foto’s is samengesteld. Maar in wezen bestaat er tussen de foto’s geen verband. In werkelijkheid is de film een som van momenten.

Aan de ene kant vind ik dit een geruststellende gedachte, aangezien gedachtes te sturen zijn. Het is natuurlijk zo dat op basis van wat je eerder hebt meegemaakt je persoonlijkheid zich vormt. Maar ik weet niet of ik het eens ben met de stelling dat er geen achterliggende persoonlijkheid bestaat, dat er geen verband bestaat tussen wie je bent en wat je hebt meegemaakt.
Maar wat betekent een persoonlijkheid hebben eigenlijk? Wat is een persoonlijkheid?

bladzijde 340

Cultuuroptimisme Als de rede en de kennis maar zouden toenemen, zou de mensheid een grote stap vooruit maken, dachten de verlichtingsfilosofen. Het was slechts een kwestie van tijd voor de domheid en de onwetendheid zouden wijken voor een “verlichte” mensheid. Die gedachte heeft in West-Europa tot voor kort de boventoon gevoerd. Tegenwoordig zijn we er niet meer zo van overtuigd dat alle ontwikkeling positief is, Maar die kritiek op de beschaving werd al door de Franse verlichtingsfilosofen naar voren gebracht. Voor sommigen werd terug naar de natuur een motto.. .. Men wees erop dat de natuurvolkeren vaak gezonder en gelukkiger waren dan de Europeanen, juist omdat ze niet “beschaafd” waren. Rousseau was degene met het motto onder woorden bracht: “We moeten terug naar de natuur”.

Het lijkt me inderdaad dat mensen met een opleiding in de westerse wereld andere zorgen hebben dan mensen die met de natuur leven. Omdat wij in het westen ons vrijwel nooit zorgen hoeven te maken over eten (we hoeven het niet zelf te plukken of er op te jagen) hebben we weer andere zaken waar we zorgen over moeten maken. Toch zou het een groot aanpassingsvermogen vergen om terug te keren naar de natuur. En ik vind het toch fijner om met mijn hoofd te werken dan met mijn lichaam 😉 Ik zou in ieder geval wel meer met de natuur kunnen leven (een goed excuus om minder te gaan werken dacht ik zo)

bladzijde 371 en 372

Na de verheerlijking van de rede kwamen er nieuwe trefwoorden tijdens de romantiek, deze waren “gevoel”, “fantasie”, “beleving” en “verlangen”.. ..Kant had erop gewezen hoe belangrijk de bijdrage van het Ik voor de kennis is. Dat gaf de individuele mens een vrijbrief voor een eigen vertolking van het bestaan. De romantici buitten dat uit in een haast ongebreidelde zelfverheerlijking. Dat leidde ook tot een opwaardering van het kunstzinnige genie.
Een opvallende overeenkomst tussen de renaissance en de romantiek was het grote belang dat men aan de betekenis van de kunst voor de menselijke kennis hechtte. In de esthetica van Kant had hij onderzocht wat er gebeurt als we door iets moois worden overweldigd, bijvoorbeeld door een kunstwerk. Als we ons overgeven aan een kunstwerk louter en alleen om de kunst te beleven, dan komen we ook dichter bij een beleving van “das Ding an sich”.
De kunstenaars kunnen dus iets overbrengen wat de filosofen niet kunnen uitdrukken. Volgens Kant kan de kunstenaar ongehinderd met zijn vermogen tot inzicht spelen.
Duitse dichter Schiller werkte de gedachten van Kant verder uit. Hij schrijft dat het werk van de kunstenaar een soort spel is, en alleen wanneer mensen spelen, zijn ze vrij, omdat ze dan hun eigen wetten maken. De romantici vonden dat alleen de kunst ons dichter bij het “onuitsprekelijke” kon brengen. Sommigen gingen nog verder en vergeleken de kunstenaar met God.

Ik zie dit nog steeds terug in de maatschappij, deze zelfverheerlijking. Ook al hoor ik geluiden dat we steeds meer naar het ‘samen’ gaan. Ik verwacht dat dit nog wel een tijd gaat duren als er niets onverwachts of heftigs gebeurd.
Ik heb altijd begrepen dat kunst belangrijk is om een verandering in gang te brengen of een tijdsgeest in kaart te brengen. Het idee dat een kunstenaar een God is lijkt me ver gaan, maar dit zal te maken hebben met de verheerlijking van dingen die bij een persoon horen.

bladzijde 378 en 379

Een ander vorm van romantiek was de zogenaamde nationale romantiek. Deze waren in de eerste plaats geïnteresseerd in de geschiedenis en in de taal van het volk, ja, eigenlijk alles wat met volkscultuur te maken had. Want ook een volk werd beschouwd als een organisme dat zijn eigen mogelijkheden ontwikkelde, net als de natuur en de geschiedenis. De wereldgeest was evenzeer in het volk en de volkscultuur aanwezig als in de natuur en de kunst.
Kunstmuziek is door één iemand geschreven en volksmuziek door het volk zelf. Hetzelfde geldt voor kunstsprookjes en volkssprookjes.

We merken met de globalisering dat we steeds meer van elkaars cultuur te weten komen. Ook staan we volgens mij steeds meer open voor de “goede” dingen van andere culturen. Zoals het Scandinavische “Hygge” en het Afrikaanse Umbuntu (er is nu ook een Nederlandse vertaling van het boek van de Zuid-Afrikaanse filosoof Mogobe Ramose, die wil ik ook lezen!)
Er zijn natuurlijk nog steeds typische dingen die per volk bepaald zijn, alleen worden we steeds meer bewust van hoe het ook kan.

bladzijde 389 en 390

Ook de ideeengeschiedenis- of de geschiedenis van de rede – is als de loop van een rivier. Zowel de gedachten die meegestroomd zijn met de tradities van de mensen die voor je hebben geleefd, als de materiele voorwaarden die in je eigen tijd gelden, zijn medebepalend voor de wijze waarop je denkt. Je kunt daarom niet stellen dat een bepaald idee voor eeuwig en altijd juist is. Maar het kan wel juist zijn vanuit jouw positie. Het betekent niet dat alles even fout is, of alles even goed. Het betekent dat iets alleen maar goed of fout kan zijn vanuit een historisch perspectief.
Je kunt dus niet zeggen dat een historisch iemand gelijk had of niet. Dat is een ahistorische manier van denken. Je kunt een willekeurige filosoof – of een idee in het algemeen – niet beoordelen zonder daarbij rekening te houden met de historische situatie van die filosoof of van dat idee.
Volgens Hegel is de geschiedenis eigenlijk een proces waarin de wereldgeest langzaam wakker wordt en zich van zichzelf bewust wordt. De wereld is er altijd geweest, maar door de menselijke cultuur en ontwikkeling wordt de wereldgeest zich steeds meer van zijn eigen aard bewust. Iedereen die de geschiedenis bestudeert, zal zien dat de mensheid een steeds grotere zelfkennis krijgt, en zichzelf steeds meer ontplooit. Volgens Hegel blijkt uit een studie van de geschiedenis dat de mensheid zich beweegt in de richting van steeds grotere rationaliteit en steeds grotere vrijheid. Ondanks al haar kronkels gaat de historische ontwikkeling dus vooruit. We zeggend dat de geschiedenis zelfoverschrijdend of doelgericht is.
Iemand die de geschiedenis nauwgezet bestudeert, zal het opvallen dat een idee maar al te vaak gebaseerd is op andere ideeen die al eerder zijn geopperd. Maar zodra een idee wordt geopperd, zal het door een ander idee worden tegengesproken. Zo ontstaat er een spanning tussen twee tegengestelde manieren van denken. Die spanning wordt opgeheven doordat er een derde idee wordt geponeerd dat het beste van twee standpunten als uitgangspunt heeft. Dat noemt Hegel een dialectische ontwikkeling.

Ik vind het laatste gedeelte heel mooi. Wanneer je de geschiedenis bestudeert zie je twee tegengestelde manieren van denken, en er komt een derde manier van denken en dat wordt het.
Ik zal opletten of ik hier voorbeelden van kan vinden.

bladzijde 397

Volgens Hegel vindt niet het individu zichzelf, maar de wereldgeest. Hegel zei dat de wereldgeest zich in drie stadia tot zichzelf terugkeert. Daarmee bedoelt hij dat die zich via drie stadia ontplooit.
Eerst ontplooit de wereldgeest zich in het individu. Dat noemt Hegel de subjectieve Geest. In het gezin, in de maatschappij en in de staat bereikt de wereldgeest een hogere ontplooiing. Dat noemt Hegel de objectieve Geest, omdat die Geest naar voren komt in het samenspel tussen mensen. Maar er is nog een laatste stadium… De hoogste vorm van ontplooiing en zelfkennis bereikt de wereldgeest in de absolute Geest. En die absolute Geest is de kunst, de religie en de filosofie. Van die drie is de filosofie de hoogste vorm, want in de filosofie reflecteert de wereldgeest over zijn eigen activiteiten in de geschiedenis. Dus pas in de filosofie komt de wereldgeest zichzelf tegen. Je kunt misschien zeggen dat de filosofie de spiegel is van de wereldgeest.

Ik denk zeker dat de filosofie een spiegel is. Zeker ook voor mezelf. Waarom denk ik bepaalde dingen en waarom verlang ik naar bepaalde dingen? Komt dit uit mijzelf of is dit de ‘wereldgeest’ die dit heeft ingefluisterd. De wereldgeest is in dit geval mijn cultuur, mijn opvoeding, mijn opleiding, de mensen om mij heen.

bladzijde 431

Hoe zou je een rechtvaardige maatschappij willen definiëren? Een door marxisme geïnspireerde moraalfilosoof, John Rawls, heeft daarover iets proberen te zeggen met behulp van het volgende voorbeeld: stel je voor dat je lid bent van een voorname raad die alle wetten voor een toekomstige maatschappij zou moeten maken. De raad zou met absoluut alle omstandigheden rekening moeten houden, want zodra ze het eens zouden worden – en dus de wetten zouden ondertekenen – zouden ze dood ter aarde storten. Maar ze zouden ook weer meteen ontwaken in de maatschappij waarvoor ze daarnet zelf de wetten hadden gemaakt. Het punt is dat ze geen idee zouden hebben op welke positie ze in die maatschappij terecht zouden komen. Zo’n maatschappij zou een rechtvaardige maatschappij zijn. Want hij zou onder “gelijken” zijn ontstaan.

Ik vind dit echt zo prachtig. Misschien iets voor Bruxelles?

bladzijde 489 en 490

De mens is tot vrijheid veroordeeld zei Sartre. Want nu hij eenmaal in deze wereld geworpen is, is hij verantwoordelijk voor al zijn daden. We zijn vrije individuen, en onze vrijheid maakt dat we ons hele leven gedoemd zijn te kiezen. Er bestaan geen eeuwige waarden of normen waar we ons naar kunnen richten. Des te belangrijker is het welke keuzes we maken. Want we zijn geheel en al verantwoordelijk voor alles wat we doen. Sartre benadrukt juist dat de mens nooit de verantwoordelijkheid voor zijn daden moet ontkennen. Daarom kunnen we ook nooit de verantwoordelijkheid voor onze keuzes ontlopen door te zeggen dat we naar ons werk “moeten” of dat we ons “moeten”richten naar bepaalde burgerlijke verwachtingen over hoe we moeten leven. Iemand die op die manier in de anonieme massa opgaat, wordt slechts een onpersoonlijk massamens. Maar de vrijheid van de mens gebiedt ons onszelf tot iets te maken, gebiedt ons om “authentiek” of echt te existeren.
Sartre was van mening dat het leven een zin moet hebben. Dat is een gebiedende wijs. Maar we moeten zelf zin aan ons eigen leven geven. Existeren betekent je eigen bestaan scheppen. Sartre probeert te laten zien dat het bewustzijn pas iets op zichzelf staands is als het iets waarneemt. Want bewustzijn is altijd het bewust zijn van iets. En dat iets is evenzeer een produkt van onszelf als van onze omgeving. Wij kunnen zelf mede bepalen wat we voelen doordat we zelf kiezen wat voor ons van belang is. (Als iets voor mij niet van belang is, dan zie ik het niet)

Sartre vind dat we onze eigen keuzes moeten maken en dat we daar ook verantwoordelijk moeten zijn.
Wat is voor mij van belang? Welke keuzes zal ik met oog op dit belang moeten maken?

bladzijde 498 en 499

New Age, Alternatieve Levenswijze, Mystiek
Dat is de tempel van onze tijd. Hier krijgt de opgroeiende generatie precies die gedachten voorgeschoteld de ze het meest opwindend vindt. In veel van dat soort boeken staat niet een echte ervaring beschreven. Het gaat om de commerciële business van de wereld. Dit is waar veel mensen willen. Het is natuurlijk een uiting van een hang naar iets mystieks naar iets wat anders is en dus breekt met de taaie kost van alledag. Waarom moeilijk doen als het ook makkelijk kan?

Ik merk dit heel erg bij mezelf. Omdat ik niet ben opgevoed met een God, maar toch wel dingen mee krijg van ‘een ander leven’ had ik me hier een tijdje in verdiept. Totdat ik de filosofie en de wetenschap leerde kennen. Wellicht ben ik nu kritischer geworden.
Een mooi voorbeeld vond ik een lezing van een wetenschapper met als titel ‘is er meer in de “universe”? Hij zei dat mensen zichzelf verheerlijkten met het idee dat wij ultiem zijn met ons brein en het kunnen nadenken en bouwen van zaken. De wetenschapper stelde dat de aarde nog niet zo oud was en dat als er een levensvorm zou zijn als de onze, dat ze ons allang hadden gevonden.
Zijn wij mensen wel zo ultiem?

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *