Archive of ‘Filosofie’ category

Als jouw leven een cirkel is waar sta je dan?

Als jouw leven een cirkel is waar sta je dan?
Inez van Oord

Wat vind ik van het boek?

De eerste paar paragrafen over het leven van Inez spraken mij niet aan. Dat kan zijn dat het jaloezie is van mijn kant, dat zij echt iets doet wat ze leuk vind en dat ze inspiratie vind wanneer ze dat nodig heeft. Maar ik kon me er niet voor interesseren. Ook de verschillende retraites waar ze het over heeft vond ik wat overdreven.
Wel heeft ze interessante ideeën en theorieën van anderen overgenomen en in dit boek geplaatst.
Ook ben ik het eens met dat we niet de geschiedenis moeten herhalen maar ‘volwassen’ moeten worden. Hoe we dat dan ook moeten doen.

Welke passages wekken mijn interesse

Bladzijde 21

Een wijze zenleraar vertelde me ooit een sprookje over een planeet, die helemaal alleen in het universum zweefde. Je kon eigenlijk niet zien of het ding bewoog, want er was niets om hem mee te vergelijken. Pas op het moment dat de andere planeten kwamen, gaf het total een idee van richting en snelheid. Op een sympathieke manier werd me zo verteld: je hebt het andere nodig om te bestaan. Door het andere krijg je perspectief.

Bladzijde 97

De angst voor kritiek geldt alleen als je niet zeker bent van je eigen mening. Wat was er te verdedigen? Dit idee was gefundeerd, Bang zijn was niet meer nodig, voor welke aanval dan ook. Want het idee was echt, het kwam van binnenuit, dan sta je stevig.

Bladzijde 99

Als jij de eerste pion zet, dan komt het spel tot leven. Het is maar één pion, een kleine stap vooruit, daarna komen alle stukken in beweging.

Bladzijde 104

Eckhart Tolle  – Het Ego is helemaal niemand, geen persoon, geen ding, het is gewoon verzonnen. Maar om een verzonnen iets toch een gezicht te geven, identificeren we het met uiterlijke dingen, zoals bezit, een mooie opleiding, een geloof, een carrière… We verzinnen maar wat, maar we zijn dat niet. En zo kan het dus zijn dat je met iemand staat te praten die zichzelf een beetje heeft verzonnen. Of dat je dat zelf doet.
Je hoeft dit niet te geloven, zegt Tolle, maar er komt een moment dat je weet dat het waar is. Je weet op het laatst, als je de dood voelt naderen als alles van je wordt afgenomen, alles wat je niet meer bent

Bladzijde 107

Op het moment dat we het onszelf moeilijk maken en stress opbouwen, trekken we de energie die om ons heen zit naar binnen. Die hebben we dan nodig om te functioneren, met als gevolg dat de beschermlaag erg dun wordt.
Tegelijkertijd duwt een wonderlijk mechanisme ons vaak in de richting van drukte. En als die onzichtbare laag dan alles niet meer kan opvangen, dan zit de wereld ons letterlijk op onze huid.
Laat de ruimte die je als een beschermlaag om je heen hebt niet afbrokkelen, door niets en niemand. Bescherm jezelf. Daarmee ontstaat ruimte voor jou en voor het andere.

Bladzijde 156/157

De geschiedenis herhaalt zich ..Accent op individualisme, tolereren van diversiteit > uniformeren van het geloof > socialisme/communisme voor elkaar zorgen > wetenschap/economie.

Bladzijde 175

Een lijst maken van wat ik op dit moment zie en voel en daar tegenpolen op afzetten.

Bladzijde 181

Wat zie je dat je niet bevalt? Wat mag veranderen? (steekwoorden) En hier ook weer een tegenover aan stellen.
Dit kan de basis zijn van een nieuw kompas om richting te geven aan een nieuw bedrijf, een nieuwe organisatie of aan je eigen leven.

Bladzijde 190

Alle woorden in de lijst zijn mooi en belangrijk, maar een keuze maken heeft zo zijn voordelen als je ze ook in de praktijk wilt kunnen toepassen, toetsen. En dat is een hele uitdaging. Welke uitgangspunten zijn belangrijk in je leven, wat hebben jouw levenslessen je aan waarden opgeleverd? Kies er vier die je raken. Ze vormen de aandrijfkracht voor jouw bestaan.

Bladzijde 227

Blijf altijd vragen stellen
Vragen die je jezelf regelmatig kunt stellen:
1. Klopt het nog? Kan ik mijn waarden, mijn overtuigingen laten zien in wat ik doen? In hoe ik leef?
2. En als dat niet zo is, wat doe ik? Welke beslissingen neem ik?
3. Die ik nog wat ik ooit wilde doen? Zou dat nog of weer kunnen?
4. Dien ik de cirkel, dus het totaal, van het leven? Of alleen mijn eigen leven, mijn eigen bedrijf?
5. Wat wil ik toevoegen aan het totaal? Welke betekenis geef ik aan mijn leven en dat van anderen, kinderen, familie, vrienden?
6. Schaad ik een ander, de natuur of mijn omgeving met mijn gedrag? Of met mijn werk? En wil ik dat? Of moet ik dat?
7. Waarom doen we wat we doen?

Neem afstand, in gedachten, kijk naar de planeet en vraag jezelf af:
IK heb dit leven op die planeet gekregen, wat doe ik ermee?

Share

Ode aan de arbeid

Ode aan de arbeid
Alain de Botton

Wat vond ik van het boek?

Ik ben gek op de boeken die Alain de Botton schrijft. Hij schrijft echt over de problematiek van het huidige leven en doet dit zo dat je de boeken in één ruk wilt uitlezen. Door de grapjes die in het boek zitten lig ik af en toe te schudden op de bank.
Ook dit boek geeft me weer een goed gevoel over het alledaagse leven.

Passages die mijn interesse wekken:

bladzijde 47

Deze gigantische voorraadschuur is het bewijs dat we ons, in elk geval in de geïndustrialiseerde wereld, na duizenden haren ploeteren als enige diersoort hebben ontworsteld aan de naarstige zoektocht naar ons volgende maal, waarmee we zeeën van tijd hebben gewonnen – tijd die ons in staat stelt Zweeds te leren, calculus onder de knie te krijgen en ons zorgen te maken over de degelijkheid van onze relatie, nu we die dwangmatige, allesoverheersende preoccupatie met voedsel kunnen varen waar de keizerspinguïn en de Arabische oryx nog altijd mee te kampen hebben.
Toch is onze wereld van overvloed, met oceanen van wijn en bergen van brood, niet echt het verrukkelijke oord gebleken waar onze voorouders in de door hongersnoden geplaagde Middeleeuwen van droomden. De knapste koppen brengen hun beroepsleven door met het vereenvoudigen of versnellen van buitengewoon banale handelingen. Ingenieurs schrijven dissertaties over de snelheid van scanmachines, en bedrijfsadviseurs wijden hun carrières aan minieme beperkingen van het aantal bewegingen dat vakkenvullers en vorkheftruckbestuurders moeten maken. De door alcohol opgewekte gevechten die op zaterdagavonden in de provincieplaatsen uitbreken zijn voorspelbare symptomen van onze verbolgenheid over deze vrijheidsberoving. Ze herinneren ons aan de prijs die we betalen voor onze dagelijkse onderwerping aan orde en beleid – en aan de woede die stilletjes aanzwelt achter de gezagsgetrouwe en inschikkelijke façade.

bladzijde 90-92

Tegenover Renae vroeg ik me hardop af waarom de grootste kapitalen in onze samenleving zo vaak voortkomen uit de verkoop van de minst zinvolle dingen en waarom de drastische verbeteringen op het gebied van efficiëntie  en productiviteit, die de basis vormen van de industriële revolutie, zo zelden worden aangewend voor andere doeleinden dan de toevoer van alledaagse materiële goederen als shampoo of condooms, ovenwanten of lingerie. Ik vertelde Renae dat het leeuwendeel van de voordelen die onze robots en machines te bieden hebben onder aan de piramide van onze behoeften terechtkomen, dat we onmiskenbare experts zijn geworden in het efficiënt fabriceren van zoetwaren maar ondertussen nog altijd op zoek zijn naar betrouwbare middelen voor het creëren van emotionele stabiliteit of harmonieuze huwelijken. Er verscheen een doodsbange blik op Renaes gelaat en ze vraag of ik haar wilde excuseren.

Toen ik daarna bij het verlaten van Hayes in de file stond, in een landschap dat werd gedomineerd door loodsen van meubeldiscounters en opslagtanks met chemische producten, kreeg ik een woedeaanval en wenste ik het koekbedrijf een Bijbelse plaag toe, om de directie te leren voor de juiste goden te beven. Ik herinnerde me een passage uit John Ruskins The Crown of Wild Olive uit 1866, eenentachtig jaar voor de uitvinding van de Jaffa Cake: Van alle denkbare verspillingen is de verspilling van arbeid de grootste. ..de arbeid van mensen verspillen is niet hetzelfde als hen doden. Werkelijk? Dan wil ik wel eens weten hoe je hen nog grondiger van het leven kunt beroven.

bladzijde 349

Als we getuige konden zijn van het uiteindelijke lot van elk van onze projecten, zou ons dit onmiddellijk en onherroepelijk verlammen, zodat we tot niets meer in staat zijn. Zou iemand die toekeek hoe het leger van Xerxes ten strijde trok tegen de Griekenm hoe Taj Chan Ahk opdracht gaf voor de bouw van de gouden tempels van Cancuén of hoe het Britse koloniale gezag de Indiase posterijen inwijdde, het over zijn hart hebben verkregen om de geestdriftige betrokkenen in te lichten over het uiteindelijke lot van hun inspanningen?
Ons werk zal in elk geval een afleiding zijn geweest, het zal een perfecte zeepbel hebben gevormd om onze drang naar perfectie op de projecteren, het zal onze onmetelijke zorgen tot een paar relatief kleine en haalbare doelen hebben beperkt, het zal ons een gevoel van bekwaamheid hebben verleend, het zal ons op deugdzame wijze hebben vermoeid, het zal voor brood op de plank hebben gezorgd. Het zal ons voor grotere ellende hebben behoed.

Share

De wereld van Sofie

De wereld van Sofie
Roman over de geschiedenis van de filosofie
Jostein Gaarder

Bladzijde 548/548

Wat ik er tot nu toe van vind
Ik ben al een tijd geleden aan dit boek begonnen, maar op een een of andere manier begon ik steeds weer andere dingen te lezen. Misschien dat de dikte van het boek me afschrikt, want het verhaal  is namelijk niet heel ingewikkeld geschreven.
Het gaat over een meisje Sofie dat steeds vreemde brieven krijgt van een man die claimt dat hij haar filosofie leraar is. Gaandeweg leert ze steeds meer over filosofie, maar ook over de man die de brieven schrijft.
Ik vind het tot nu toe een erg leerzaam boek met een mooie duidelijke verhaallijn. De filosoof neemt Sofie mee van de oudheid naar de huidige tijd, wat duidelijk aangeeft wat de mensen van die tijden voor gedachten hadden en hoe ze tot die gedachten kwamen.

Ik vind het mooi om weer duidelijk te zien dat mensen niet altijd dezelfde gedachtes en cultuur hadden zoals de onze, dat onze huidige cultuur dus niet vanzelfsprekend en waarschijnlijk niet onveranderd zal blijven. Dat is aan de ene kant geruststellend maar aan de andere kant wil ik ook graag weten welke kant het dan op gaat.

Passages die mijn interesse wekken.
Ik ben al in het midden van het boek bezig dus de eerste hoofdstukken zal ik hier niet meer in verwerken. Ik wil ook zeker de indruk niet wekken dat wat ik van de passages vind en denk dat dit verantwoord is, dit zijn mijn eigen associaties met de tekst die ik lees en kunnen dus ver van de bedoeling van de tekst zijn.

Bladzijde 232: . Dit is iets wat nog steeds veel terug komt, in eerdere boeken en lezingen heb ik dit vaker gehoord. Dit lijkt me ook het begin van de individu. Het niet meer dienen van god, het niet meer hebben van een voorbestemd leven, maar je eigen leven moeten inrichten. Hoe vaker ik dit stukje lees hoe moeilijker ik dit vind, dit is iets wat ik toch beter moet uitzoeken.

“Sinds de renaissance heeft de mens moeten wennen aan het idee dat hij een willekeurig leven op een willekeurige planeet in het enorme heelal leidt. Ik vraag me af of we daar al  helemaal aan gewend zijn. Maar sinds diezelfde renaissance waren er ook mensen die erop wezen dat ieder afzonderlijk mens daardoor een nog meer centrale positie innam dan ooit tevoren. Vroeger was de aarde het middelpunt van de wereld. Maar toen de astronomen erop wezen dat het universum geen absoluut middelpunt heeft, ontstonden er net zoveel middelpunten als er mensen zijn.”

Bladzijde 257: Descartes was de eerste filosoof die in de renaissance opnieuw begon met over alles te filosoferen, en geen gebruik maakte van andere filosofen. Hij stelde daarom eerst alles in twijfel en begon daarna zelf over de filosofische vragen na te denken.

Wat mij in dit stuk tekst onderaan aantrekt is de gedachte hoe je zou kunnen filosoferen. Het deed me wat denken aan hoe we een scriptie moeten schrijven, met eerst een hoofdvraag, deelvragen en daarna het onderzoek.

“een samengesteld probleem eerst in zoveel mogelijk afzonderlijke delen opsplitsen. Dat stelt ons in staat op met de allereenvoudigste gedachten te beginnen. Je zou kunnen zeggen dat iedere gedachte gewogen en gemeten moet worden.. Descartes dacht dat de filosoof van het eenvoudige naar het samengestelde kon gaan. Zo zou het mogelijk zijn om een nieuw inzicht op te bouwen, Uit eindelijk moest men dan door steeds maar weer te rekenen en te controleren zich ervan verzekeren dat er niets was vergeten.”

Bladzijde 265: Deze zin vind ik heel erg mooi. Dit inspireerde me ook weer voor nieuwe berichten. Als ik iets niet weet kan ik dit als vraag bij de categorie ‘geïnspireerd’ zetten. Daarna kan ik mijn eigen vraag beantwoorden met de informatie die ik kan vinden of bedenken. Dit zullen wel niet de meest filosofische vragen zijn..

“Iets niet weten is gewoonlijk een stadium op weg naar nieuwe kennis.”

Bladzijde 275: Spinoza stelt dat iedereen onderdeel is van de natuur (God) en dat we daarom geen echte vrije wil hebben (want we zijn allemaal onderdeel van de natuur). Dit is niet meer wat we in de huidige tijd geloven maar wat hij zegt, daar zit wel een kern van waarheid in.

“Alleen als we onze aangeboren mogelijkheden vrij kunnen ontplooien, leven we als vrije mensen.”

Dit is waarvan ik vermoed dat we in Nederland gecreëerd hebben. Alle mogelijkheden die we als mens hebben, om deze te kunnen ontplooien. Zijn we ook niet op zoek naar ons eigen kunnen? Vanaf de basisschool worden we al getoetst en op latere leeftijd proberen de meeste mensen toch ook hun grenzen te verleggen? In dat opzicht zijn we vrije mensen. Alleen geeft het bij mensen ook de druk om de grenzen op te zoeken, en is dat erg?

Op de bladzijde daaropvolgend stelt Spinoza iets wat nog veel recenter is:

“Spinoza vond dat de menselijke hartstochten – zoals eerzucht en begeerte – ons verhinderen om het ware geluk en de echte harmonie te vinden.. ..We kunnen een punt bereiken, waarop we loepzuiver ervaren dat alles met elkaar samenhangt, ja, dat alles een is. Je moet als het ware alles wat bestaat in een totale blik omvatten. Pas dan kun je het hoogste geluk en de grootste gemoedsrust bereiken. Volgens Spinoza zie je dan alles “Sub specie aeternitatis”. Alles zien vanuit het perspectief van de eeuwigheid.”

Omdat onze wereld nu erg op de individu en hebzucht is gericht vind ik dit een mooie passage. Wat veel mensen ook proberen te zoeken, geluk, harmonie, stilte, in de natuur stelt Spinoza hier ook, alles hangt samen met elkaar. We zien dat hoe wij met de natuur om gaan ons uiteindelijk (door natuurrampen) het leven zal kosten. Voor mijn gevoel zijn mensen die met de natuur leven ook daadwerkelijk gelukkiger en harmonieus. Of dit echt waar is weet ik natuurlijk niet.

Pagina 295

Het gevoel dat je een onveranderlijke persoonlijkheidskern bezit, is dus een valse voorstelling. Jouw Ik-voorstelling is in werkelijkheid een lange keten van enkelvoudige indrukken die je nooit op een en hetzelfde moment hebt opgedaan. Het is niets anders dan een bundeling of een verzameling van verschillende gewaarwordingen, die elkaar met onbegrijpelijke snelheid opvolgen en zich in een voortdurend veranderende stroom bevinden, aldus Hume. Hij vergelijkt het bewustzijn met een soort theater waarin de verschillende opvattingen om de beurt opkomen, verdwijnen, weer terugkomen, wegglijden en zich in een oneindig veelvoud van posities en situaties vermengen. Humes punt is dat wij onder of achter de opvattingen en gemoedsstemmingen die komen en gaan, geen achterliggende persoonlijkheid hebben. Het is als de beelden op het witte doek: omdat ze elkaar zo snel opvolgen, zien we niet dat de film uit afzonderlijke foto’s is samengesteld. Maar in wezen bestaat er tussen de foto’s geen verband. In werkelijkheid is de film een som van momenten.

Aan de ene kant vind ik dit een geruststellende gedachte, aangezien gedachtes te sturen zijn. Het is natuurlijk zo dat op basis van wat je eerder hebt meegemaakt je persoonlijkheid zich vormt. Maar ik weet niet of ik het eens ben met de stelling dat er geen achterliggende persoonlijkheid bestaat, dat er geen verband bestaat tussen wie je bent en wat je hebt meegemaakt.
Maar wat betekent een persoonlijkheid hebben eigenlijk? Wat is een persoonlijkheid?

bladzijde 340

Cultuuroptimisme Als de rede en de kennis maar zouden toenemen, zou de mensheid een grote stap vooruit maken, dachten de verlichtingsfilosofen. Het was slechts een kwestie van tijd voor de domheid en de onwetendheid zouden wijken voor een “verlichte” mensheid. Die gedachte heeft in West-Europa tot voor kort de boventoon gevoerd. Tegenwoordig zijn we er niet meer zo van overtuigd dat alle ontwikkeling positief is, Maar die kritiek op de beschaving werd al door de Franse verlichtingsfilosofen naar voren gebracht. Voor sommigen werd terug naar de natuur een motto.. .. Men wees erop dat de natuurvolkeren vaak gezonder en gelukkiger waren dan de Europeanen, juist omdat ze niet “beschaafd” waren. Rousseau was degene met het motto onder woorden bracht: “We moeten terug naar de natuur”.

Het lijkt me inderdaad dat mensen met een opleiding in de westerse wereld andere zorgen hebben dan mensen die met de natuur leven. Omdat wij in het westen ons vrijwel nooit zorgen hoeven te maken over eten (we hoeven het niet zelf te plukken of er op te jagen) hebben we weer andere zaken waar we zorgen over moeten maken. Toch zou het een groot aanpassingsvermogen vergen om terug te keren naar de natuur. En ik vind het toch fijner om met mijn hoofd te werken dan met mijn lichaam 😉 Ik zou in ieder geval wel meer met de natuur kunnen leven (een goed excuus om minder te gaan werken dacht ik zo)

bladzijde 371 en 372

Na de verheerlijking van de rede kwamen er nieuwe trefwoorden tijdens de romantiek, deze waren “gevoel”, “fantasie”, “beleving” en “verlangen”.. ..Kant had erop gewezen hoe belangrijk de bijdrage van het Ik voor de kennis is. Dat gaf de individuele mens een vrijbrief voor een eigen vertolking van het bestaan. De romantici buitten dat uit in een haast ongebreidelde zelfverheerlijking. Dat leidde ook tot een opwaardering van het kunstzinnige genie.
Een opvallende overeenkomst tussen de renaissance en de romantiek was het grote belang dat men aan de betekenis van de kunst voor de menselijke kennis hechtte. In de esthetica van Kant had hij onderzocht wat er gebeurt als we door iets moois worden overweldigd, bijvoorbeeld door een kunstwerk. Als we ons overgeven aan een kunstwerk louter en alleen om de kunst te beleven, dan komen we ook dichter bij een beleving van “das Ding an sich”.
De kunstenaars kunnen dus iets overbrengen wat de filosofen niet kunnen uitdrukken. Volgens Kant kan de kunstenaar ongehinderd met zijn vermogen tot inzicht spelen.
Duitse dichter Schiller werkte de gedachten van Kant verder uit. Hij schrijft dat het werk van de kunstenaar een soort spel is, en alleen wanneer mensen spelen, zijn ze vrij, omdat ze dan hun eigen wetten maken. De romantici vonden dat alleen de kunst ons dichter bij het “onuitsprekelijke” kon brengen. Sommigen gingen nog verder en vergeleken de kunstenaar met God.

Ik zie dit nog steeds terug in de maatschappij, deze zelfverheerlijking. Ook al hoor ik geluiden dat we steeds meer naar het ‘samen’ gaan. Ik verwacht dat dit nog wel een tijd gaat duren als er niets onverwachts of heftigs gebeurd.
Ik heb altijd begrepen dat kunst belangrijk is om een verandering in gang te brengen of een tijdsgeest in kaart te brengen. Het idee dat een kunstenaar een God is lijkt me ver gaan, maar dit zal te maken hebben met de verheerlijking van dingen die bij een persoon horen.

bladzijde 378 en 379

Een ander vorm van romantiek was de zogenaamde nationale romantiek. Deze waren in de eerste plaats geïnteresseerd in de geschiedenis en in de taal van het volk, ja, eigenlijk alles wat met volkscultuur te maken had. Want ook een volk werd beschouwd als een organisme dat zijn eigen mogelijkheden ontwikkelde, net als de natuur en de geschiedenis. De wereldgeest was evenzeer in het volk en de volkscultuur aanwezig als in de natuur en de kunst.
Kunstmuziek is door één iemand geschreven en volksmuziek door het volk zelf. Hetzelfde geldt voor kunstsprookjes en volkssprookjes.

We merken met de globalisering dat we steeds meer van elkaars cultuur te weten komen. Ook staan we volgens mij steeds meer open voor de “goede” dingen van andere culturen. Zoals het Scandinavische “Hygge” en het Afrikaanse Umbuntu (er is nu ook een Nederlandse vertaling van het boek van de Zuid-Afrikaanse filosoof Mogobe Ramose, die wil ik ook lezen!)
Er zijn natuurlijk nog steeds typische dingen die per volk bepaald zijn, alleen worden we steeds meer bewust van hoe het ook kan.

bladzijde 389 en 390

Ook de ideeengeschiedenis- of de geschiedenis van de rede – is als de loop van een rivier. Zowel de gedachten die meegestroomd zijn met de tradities van de mensen die voor je hebben geleefd, als de materiele voorwaarden die in je eigen tijd gelden, zijn medebepalend voor de wijze waarop je denkt. Je kunt daarom niet stellen dat een bepaald idee voor eeuwig en altijd juist is. Maar het kan wel juist zijn vanuit jouw positie. Het betekent niet dat alles even fout is, of alles even goed. Het betekent dat iets alleen maar goed of fout kan zijn vanuit een historisch perspectief.
Je kunt dus niet zeggen dat een historisch iemand gelijk had of niet. Dat is een ahistorische manier van denken. Je kunt een willekeurige filosoof – of een idee in het algemeen – niet beoordelen zonder daarbij rekening te houden met de historische situatie van die filosoof of van dat idee.
Volgens Hegel is de geschiedenis eigenlijk een proces waarin de wereldgeest langzaam wakker wordt en zich van zichzelf bewust wordt. De wereld is er altijd geweest, maar door de menselijke cultuur en ontwikkeling wordt de wereldgeest zich steeds meer van zijn eigen aard bewust. Iedereen die de geschiedenis bestudeert, zal zien dat de mensheid een steeds grotere zelfkennis krijgt, en zichzelf steeds meer ontplooit. Volgens Hegel blijkt uit een studie van de geschiedenis dat de mensheid zich beweegt in de richting van steeds grotere rationaliteit en steeds grotere vrijheid. Ondanks al haar kronkels gaat de historische ontwikkeling dus vooruit. We zeggend dat de geschiedenis zelfoverschrijdend of doelgericht is.
Iemand die de geschiedenis nauwgezet bestudeert, zal het opvallen dat een idee maar al te vaak gebaseerd is op andere ideeen die al eerder zijn geopperd. Maar zodra een idee wordt geopperd, zal het door een ander idee worden tegengesproken. Zo ontstaat er een spanning tussen twee tegengestelde manieren van denken. Die spanning wordt opgeheven doordat er een derde idee wordt geponeerd dat het beste van twee standpunten als uitgangspunt heeft. Dat noemt Hegel een dialectische ontwikkeling.

Ik vind het laatste gedeelte heel mooi. Wanneer je de geschiedenis bestudeert zie je twee tegengestelde manieren van denken, en er komt een derde manier van denken en dat wordt het.
Ik zal opletten of ik hier voorbeelden van kan vinden.

bladzijde 397

Volgens Hegel vindt niet het individu zichzelf, maar de wereldgeest. Hegel zei dat de wereldgeest zich in drie stadia tot zichzelf terugkeert. Daarmee bedoelt hij dat die zich via drie stadia ontplooit.
Eerst ontplooit de wereldgeest zich in het individu. Dat noemt Hegel de subjectieve Geest. In het gezin, in de maatschappij en in de staat bereikt de wereldgeest een hogere ontplooiing. Dat noemt Hegel de objectieve Geest, omdat die Geest naar voren komt in het samenspel tussen mensen. Maar er is nog een laatste stadium… De hoogste vorm van ontplooiing en zelfkennis bereikt de wereldgeest in de absolute Geest. En die absolute Geest is de kunst, de religie en de filosofie. Van die drie is de filosofie de hoogste vorm, want in de filosofie reflecteert de wereldgeest over zijn eigen activiteiten in de geschiedenis. Dus pas in de filosofie komt de wereldgeest zichzelf tegen. Je kunt misschien zeggen dat de filosofie de spiegel is van de wereldgeest.

Ik denk zeker dat de filosofie een spiegel is. Zeker ook voor mezelf. Waarom denk ik bepaalde dingen en waarom verlang ik naar bepaalde dingen? Komt dit uit mijzelf of is dit de ‘wereldgeest’ die dit heeft ingefluisterd. De wereldgeest is in dit geval mijn cultuur, mijn opvoeding, mijn opleiding, de mensen om mij heen.

bladzijde 431

Hoe zou je een rechtvaardige maatschappij willen definiëren? Een door marxisme geïnspireerde moraalfilosoof, John Rawls, heeft daarover iets proberen te zeggen met behulp van het volgende voorbeeld: stel je voor dat je lid bent van een voorname raad die alle wetten voor een toekomstige maatschappij zou moeten maken. De raad zou met absoluut alle omstandigheden rekening moeten houden, want zodra ze het eens zouden worden – en dus de wetten zouden ondertekenen – zouden ze dood ter aarde storten. Maar ze zouden ook weer meteen ontwaken in de maatschappij waarvoor ze daarnet zelf de wetten hadden gemaakt. Het punt is dat ze geen idee zouden hebben op welke positie ze in die maatschappij terecht zouden komen. Zo’n maatschappij zou een rechtvaardige maatschappij zijn. Want hij zou onder “gelijken” zijn ontstaan.

Ik vind dit echt zo prachtig. Misschien iets voor Bruxelles?

bladzijde 489 en 490

De mens is tot vrijheid veroordeeld zei Sartre. Want nu hij eenmaal in deze wereld geworpen is, is hij verantwoordelijk voor al zijn daden. We zijn vrije individuen, en onze vrijheid maakt dat we ons hele leven gedoemd zijn te kiezen. Er bestaan geen eeuwige waarden of normen waar we ons naar kunnen richten. Des te belangrijker is het welke keuzes we maken. Want we zijn geheel en al verantwoordelijk voor alles wat we doen. Sartre benadrukt juist dat de mens nooit de verantwoordelijkheid voor zijn daden moet ontkennen. Daarom kunnen we ook nooit de verantwoordelijkheid voor onze keuzes ontlopen door te zeggen dat we naar ons werk “moeten” of dat we ons “moeten”richten naar bepaalde burgerlijke verwachtingen over hoe we moeten leven. Iemand die op die manier in de anonieme massa opgaat, wordt slechts een onpersoonlijk massamens. Maar de vrijheid van de mens gebiedt ons onszelf tot iets te maken, gebiedt ons om “authentiek” of echt te existeren.
Sartre was van mening dat het leven een zin moet hebben. Dat is een gebiedende wijs. Maar we moeten zelf zin aan ons eigen leven geven. Existeren betekent je eigen bestaan scheppen. Sartre probeert te laten zien dat het bewustzijn pas iets op zichzelf staands is als het iets waarneemt. Want bewustzijn is altijd het bewust zijn van iets. En dat iets is evenzeer een produkt van onszelf als van onze omgeving. Wij kunnen zelf mede bepalen wat we voelen doordat we zelf kiezen wat voor ons van belang is. (Als iets voor mij niet van belang is, dan zie ik het niet)

Sartre vind dat we onze eigen keuzes moeten maken en dat we daar ook verantwoordelijk moeten zijn.
Wat is voor mij van belang? Welke keuzes zal ik met oog op dit belang moeten maken?

bladzijde 498 en 499

New Age, Alternatieve Levenswijze, Mystiek
Dat is de tempel van onze tijd. Hier krijgt de opgroeiende generatie precies die gedachten voorgeschoteld de ze het meest opwindend vindt. In veel van dat soort boeken staat niet een echte ervaring beschreven. Het gaat om de commerciële business van de wereld. Dit is waar veel mensen willen. Het is natuurlijk een uiting van een hang naar iets mystieks naar iets wat anders is en dus breekt met de taaie kost van alledag. Waarom moeilijk doen als het ook makkelijk kan?

Ik merk dit heel erg bij mezelf. Omdat ik niet ben opgevoed met een God, maar toch wel dingen mee krijg van ‘een ander leven’ had ik me hier een tijdje in verdiept. Totdat ik de filosofie en de wetenschap leerde kennen. Wellicht ben ik nu kritischer geworden.
Een mooi voorbeeld vond ik een lezing van een wetenschapper met als titel ‘is er meer in de “universe”? Hij zei dat mensen zichzelf verheerlijkten met het idee dat wij ultiem zijn met ons brein en het kunnen nadenken en bouwen van zaken. De wetenschapper stelde dat de aarde nog niet zo oud was en dat als er een levensvorm zou zijn als de onze, dat ze ons allang hadden gevonden.
Zijn wij mensen wel zo ultiem?

Share